Het Namibische deel van de Kalahari ligt voornamelijk in het oosten van het land, waar het een lappendeken vormt van privéreservaten, ranches en door de gemeenschap beschermde natuurgebieden, verspreid over een centraal en noordelijk gedeelte. En dat is precies wat de Kalahari in Namibië zo interessant maakt: het voelt intiem, wild en heerlijk ver weg van de drukte. Maar de Kalahari is niet gewoon één enkele woestijn die ergens bij een grens ophoudt – dit uitgestrekte, halfdroge landschap met zijn karakteristieke rode zand strekt zich uit over heel zuidelijk Afrika en reikt tot in Botswana en Zuid-Afrika.
Rood zand, groene struiken
De Kalahari dankt zijn beroemde kleur aan ijzerrijk zand dat in de loop van miljoenen jaren langzaam is geoxideerd. De duinen zijn letterlijk verroest. In tegenstelling tot de torenhoge duinen van Sossusvlei zijn deze duinen over het algemeen laag, lang en begroeid met grassen, struiken en hier en daar een boom. Vergeet het beeld van een volkomen kale woestijn. Na de regen kan het rode landschap verrassend groen worden – een opvallend kleurcontrast waarmee een volledige nieuwe energie gepaard gaat. Het is een landschap dat gevormd werd door waterschaarste, waarbij planten optimaal gebruikmaken van elke kostbare druppel.
Wildlife met een woestijnaccent
When the going gets tough, the tough get going! Als het echt moeilijk wordt, staan de sterkste dieren hun mannetje… Gemsbokken en springbokken voelen zich helemaal thuis tussen de rode duinen, terwijl gnoes, hartebeesten, giraffen en zebra’s vrolijk over de grasvlakten zwerven. Er zijn ook roofdieren zoals de cheeta, luipaard en bruine hyena, hoewel het nooit zeker is of je ze te zien krijgt – de survivors van de woestijn hebben een eigen wil. En ze hebben ook hun eigen slimme manier ontwikkeld om met de hitte om te gaan en zich met winterharde struiken te voeden. Het resultaat? Een ecosysteem dat er bedrieglijk grimmig en stil uitziet, maar onder de oppervlakte bruist van leven.
Een landschap dat door mensen is gevormd
De San-gemeenschappen wonen al duizenden jaren in de oostelijke regio’s van Namibië. De Juǀ’hoan-taal, die wordt gesproken door de San in het noordoosten van Namibië, kent verschillende klikklanken, die worden geschreven als ǀ en ǃ. Probeer maar eens een San-naam uit te spreken, dan zul je al snel merken dat een begroeting in de Kalahari meteen een kleine taalles vergt. Maar de erfenis van de San reikt veel verder dan alleen de taal. Hun vaardigheden zijn door de generaties heen ontwikkeld in een van de moeilijkst leefbare omgevingen van Afrika. Tegenwoordig zijn veel gemeenschappen actief betrokken bij natuurreservaten en helpen ze het landschap te beschermen, terwijl ze hun erfgoed centraal blijven stellen in het Kalahari-verhaal.
Informatie en feiten
Het Namibische deel van de Kalahari, dat 40 tot 60 miljoen jaar geleden is ontstaan en het oostelijke derde deel van het land beslaat, is een uitgestrekte halfwoestijn met opvallende rode duinen, open graslanden en verrassend sterke dieren en planten. Na de regen kleurt het landschap groen, waarna het bruist van nieuw leven. De regio is ook de thuisbasis van San-gemeenschappen, wiens traditionele kennis, cultuur en veranderende levenswijze fascinerende inzichten bieden.
Meest voorkomende dieren
- Gemsbok
- Springbok
- Gnoe
- Hartebeest
- Stokstaartje
- Giraf
- Zebra
- Wrattenzwijn
- Cheeta
- Luipaard
- Bruine hyena
- Kalahari-leeuw
Feiten over de Kalahari
- De Kalahari Desert beslaat ongeveer 900.000 km² in Namibië, Botswana en Zuid-Afrika.
- In Namibië strekt het zich voornamelijk uit over het oostelijke deel van het land, waar het is onderverdeeld in een centraal en een noordelijk gebied.
- Het Namibische deel van de Kalahari is al zo’n 20.000 jaar de thuisbasis van de San.
- Verwacht hier geen ‘Big Five’, maar houd je bij oryxen, springbokken, giraffen, stokstaartjes, wrattenzwijnen en roofdieren zoals luipaarden, cheeta’s en de Kalahari-leeuw met zijn zwarte manen.
- Technisch gezien is het geen echte woestijn: de Kalahari krijgt genoeg regen om grassen, struiken en bosgebied te laten groeien, dus geologen omschrijven het als een fossiele woestijn.