Namibië is een paradox: aan de ene kant is het land de thuisbasis van een enorme variëteit aan Afrikaanse dieren, aan de andere kant is maakt het dorre terrein het bijna onmogelijk om er te overleven, laat staan te floreren. Tegen alle verwachtingen in hebben de woestijndieren van Namibië echter een manier gevonden om te overleven, met fascinerende en werkelijk unieke vaardigheden als gevolg.
Namibië bestaat met de Namib- en Kalahariwoestijn voor zo’n 85% uit woestijn of halfwoestijn, waardoor er maar een beperkte hoeveelheid water en voedsel beschikbaar is. Samen met de extreme woestijnhitte zijn dat niet bepaald de ideale omstandigheden om in te overleven.
Toch heeft Moeder Natuur een weg gevonden en de dieren uitgerust met buitengewone vaardigheden om het te redden in dit verder onherbergzame landschap. Laten we een kijkje nemen bij een aantal bijzondere gebieden en de woestijndieren die er rondzwerven.

Met een respectabele leeftijd van 55 tot 80 miljoen jaar is de Namib een van de oudste woestijnen ter wereld. Het is dan ook niet verrassend dat sommige dieren er in de loop der jaren hun thuis van hebben gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan:
Je vindt ze allemaal terug in de zanderige en rotsachtige landschappen, samen met de welwitschia. Dat is weliswaar geen dier, maar wel het vermelden waard. Deze plant is een van de langstlevende planten ter wereld; sommige exemplaren zijn wel duizenden jaren oud.
Met zijn lange hoorns en eenkleurige vacht maakt de gemsbok diepe indruk in de duinen van de Namib. Maar hoe opvallend zijn uiterlijk ook is, het zijn vooral zijn eigenschappen die je het meest verbazen. De oryx, zoals de gemsbok ook wel wordt genoemd, kan weken zonder te drinken. Dit komt omdat ze het meeste vocht uit sappige planten en wortels halen, maar ook omdat de nieren water kunnen opslaan. De witte vacht weerkaatst bovendien het zonlicht, terwijl speciale bloedvaten in de neus de hersenen koelen. Bovendien kan de gemsbok zijn lichaamstemperatuur laten oplopen tot 45 °C om zweten te voorkomen.
Namib-woestijnkevers zijn klein, maar o zo slim. Zo slim zelfs, dat de mens hun trucje heeft afgekeken. Wanneer ’s ochtends de mist vanaf de kust komt aanwaaien, klimmen deze kleine wezentjes boven op een duin, tillen het achterlijf omhoog en spreiden hun vleugels. Vervolgens drinken ze het vocht van de mist dat langs hun lichaam naar hun mond druppelt. Geïnspireerd door dit staaltje techniek verzamelen wetenschappers tegenwoordig wereldwijd water in woestijnen, met netten die op dezelfde manier zijn opgesteld als de kever zelf op het duin staat.
Omringd door niemandsland: deze lodges creëren een thuis ver van huis, te midden van landschappen die uit een andere wereld lijken te komen.
Van gigantische bergen en diepe kloven tot lavavelden en groene stroken die zich uitstrekken langs de rivier: deze regio in het noordwesten van Namibië heeft het allemaal. Toch is het overwegend een rotsachtige woestijn en onderdeel van de Namib. Het is er zelfs zo droog, dat het gebied vaak wordt omschreven als het skelet van de Namibwoestijn. Ondanks dat weten de woestijndieren van Namibië hier goed te overleven. Je komt er onder andere luipaarden, cheeta’s, giraffen en Hartmann-bergzebra’s tegen, maar de echte sterren van dit gebied zijn de woestijnolifant, woestijnleeuw en de zwarte neushoorn.
De olifanten van Damaraland hebben vergeleken met olifanten in andere delen van Afrika kleinere lichamen, bredere voeten en langere poten. Dit stelt ze in staat om zich goed over de stenige vlaktes van Kunene te verplaatsen. Ze kunnen tot wel drie dagen zonder water, en met een populatie van nog maar 350, zijn ze ook nog eens een bijzondere verschijning.
De wereldwijd laatste 150 woestijnleeuwen leven allemaal in dit deel van Namibië en leggen 's nachts tot wel 70 kilometer af op zoek naar voedsel en water. Ze kennen het gebied op hun duimpje en geven die kennis door aan hun welpen. Vergeleken met andere leeuwen zijn woestijnleeuwen slanker en hebben ze kleinere manen, wat helpt om beter met de hitte om te gaan.
Kunene is de thuisbasis van 's werelds grootste populatie in het wild levende zwarte neushoorns. Ze halen vocht uit woestijnplanten, waardoor ze niet elke dag water nodig hebben. Net als de woestijnleeuw kent ook de zwarte neushoorn zijn omgeving op zijn duimpje, die helpt om te overleven in het barre landschap.
Je hebt de Big Five, de Little Five, en dan heb je Namibië’s eigen Little Five: piepkleine maar bijzondere diertjes die een speciaal plekje in de schijnwerpers verdienen.
Met hun gewebde voetjes schieten deze doorschijnende gekko’s over het zand en graven ze zich in. Je zou zeggen dat ze gemaakt zijn voor de woestijn, ware het niet dat ze geen oogleden hebben. Om zand uit hun ogen te krijgen, likken ze hun oogbollen schoon.
It takes two to tango: in de Namibische woestijn zijn er twee spinnensoorten die de bijnaam “witte dame” dragen. De grootste, de eigenlijke dansende witte-dame-spin, tikt met haar voorpoten op het zand om met andere spinnen te communiceren. De kleinste spin, de wielspin, maakt radslagen de duinen af om te ontsnappen aan haar dierlijke vijanden.
Deze kleine kerels glijden zijwaarts over de duinen en gebruiken het zand om zich in te graven en op de loer te liggen. Met alleen hun ogen en het puntje van hun staart zichtbaar denkt hun prooi een insect te zien. Zodra die dichtbij genoeg komt, slaat de adder toe.
Deze hagedissen zijn de Fred Astaire onder de woestijndieren. Om op het hete zand koel te blijven, tillen ze namelijk om beurten hun pootjes op, wat op dansen lijkt. Ook hebben ze een speciaal orgaan dat water opslaat, dat ze verzamelen uit de ochtendmist. Dankzij deze bijzondere vaardigheden kunnen ze temperaturen van wel 44 °C verdragen.
Namaqua-kameleons veranderen van kleur zodat ze hun lichaamstemperatuur kunnen regelen. Afhankelijk van temperatuur, licht en stemming kunnen ze wel vijf verschillende tinten aannemen. Hun lichtgekleurde buik weerkaatst daarbij de hitte van het warme zand. Net als de kever halen de namaqua-kameleon water uit de oceaanmist: dit doen ze door hun lichaam plat te maken, zijwaarts te kantelen en de druppels van hun huid te likken.
Je hebt unieke dieren, en je hebt dieren die zelfs voor Afrikaanse begrippen bijzonder zijn. De volgende woestijndieren van Namibië zijn om uiteenlopende redenen wel erg bijzonder.
De woestijnpaarden van Aus
Tot op de dag van vandaag is het een groot raadsel waar deze paarden vandaan komen. Er bestaan dan ook meerdere theorieën.
Hoe ze ook tussen Aus en Lüderitz in de Namibwoestijn zijn beland, bijzonder zijn deze paarden zeker. In droge periodes schakelen de 90 tot 150 dieren die er tegenwoordig nog over zijn over op een soort overlevingsmodus. In een langzaam tempo leggen ze grote afstanden af, waarbij ze eten wanneer de mogelijkheid zich voordoet. Aangezien ze wel 72 uur zonder water kunnen, stellen hun bezoek aan de waterpoel zo lang mogelijk uit. In regenachtige periodes is het juist tijd voor ontspanning: dan blijven ze dicht bij het water, spelen ze en rusten ze uit.

Namibië is de thuisbasis van meerdere hyenasoorten, maar met zijn lange bruine vacht is de bruine hyena een wel heel bijzondere verschijning. Zo’n 50% van de populatie leeft tussen Skeleton Coast en Lüderitz, waardoor het dier ook wel strandwolf wordt genoemd: Afrikaans voor beach wolf. Hij heeft slechts één concurrent om te vechten voor voedsel: de zwartrugjakhals. Hierdoor heeft de bruine hyena meestal genoeg te eten, en speelt daardoor een belangrijke rol in het ecosysteem.
Als aaseter ruimt de bruine hyena karkassen op het strand op en brengt hij voedingsstoffen uit zee mee het binnenland in om zijn welpen te voeden: een unieke verbinding tussen het oceaanecosysteem en de woestijn. Ook al heeft het dier dagelijks directe toegang tot water, veel heeft hij er niet van nodig, omdat hij al het vocht uit zijn voedsel haalt. Als nachtdier is de bruine hyena sowieso een bijzondere verschijning. Dus we duimen dat je er tijdens jouw safari in Namibië eentje spot.
Wil je je kansen vergroten en tijdens je reis door Namibië zowel de hyena's als de paarden zien? Dan zijn dit de juiste activiteiten voor jou.